Deze richtlijn stelt regels vast voor de wettelijke controle van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen en de assurance van jaarlijkse en geconsolideerde duurzaamheidsrapportering.
Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (Voor de EER relevante tekst)
Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I VOORWERP EN DEFINITIES
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Definities
In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:
-
„wettelijke controle van jaarrekeningen (financiële overzichten)”: een controle van een jaarrekening (een jaarlijks financieel overzicht) of een geconsolideerde jaarrekening (een geconsolideerd financieel overzicht), voor zover deze:
-
door het recht van de Unie wordt voorgeschreven;
-
door nationaal recht wordt voorgeschreven met betrekking tot kleine ondernemingen;
-
op vrijwillige basis op verzoek van kleine ondernemingen wordt uitgevoerd en voldoet aan nationale wettelijke voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die welke gelden voor de in punt b) bedoelde controle, voor zover die controle bij nationale wetgeving als wettelijke controle is voorgeschreven;
-
-
“wettelijke auditor”: een natuurlijke persoon die door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat overeenkomstig deze richtlijn is toegelaten tot het uitvoeren van wettelijke controles van jaarrekeningen en, waar van toepassing, de assurance van duurzaamheidsrapportering;
-
“auditkantoor”: een rechtspersoon of een andere entiteit, ongeacht de rechtsvorm, die door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat overeenkomstig deze richtlijn is toegelaten tot het uitvoeren van wettelijke controles van jaarrekeningen en, waar van toepassing, de assurance van duurzaamheidsrapportering;
-
“auditorganisatie van een derde land”: een organisatie, ongeacht haar rechtsvorm, die controles uitvoert van de jaarlijkse of geconsolideerde financiële overzichten, of, waar van toepassing, de assurance van duurzaamheidsrapportering van een onderneming met zetel in een derde land, en die in geen enkele lidstaat is ingeschreven als auditkantoor als gevolg van toelating overeenkomstig artikel 3;
-
“auditor van een derde land”: een natuurlijke persoon die controles uitvoert van de jaarlijkse of geconsolideerde financiële overzichten, of, waar van toepassing, de assurance van duurzaamheidsrapportering van een onderneming met zetel in een derde land, en die in geen enkele lidstaat is ingeschreven als wettelijke auditor als gevolg van toelating overeenkomstig de artikelen 3 en 44;
-
“groepsauditor”: de wettelijke auditor die of het auditkantoor dat de wettelijke controle uitvoert van de geconsolideerde financiële overzichten, of, waar van toepassing, de assurance van geconsolideerde duurzaamheidsrapportering;
-
„netwerk”: de grotere structuur:
-
die op samenwerking is gericht en waartoe een wettelijke auditor of een auditkantoor behoort, en
-
die duidelijk is gericht op winst- of kostendeling, of het delen van gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur, een gemeenschappelijk beleid en procedures inzake kwaliteitsbeheersing, een gemeenschappelijke bedrijfsstrategie, het gebruik van een gemeenschappelijke merknaam of een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
-
-
„verbonden entiteit van een auditkantoor”: een entiteit met om het even welke rechtsvorm die met een auditkantoor verbonden is door middel van gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
-
„controleverklaring”: het in artikel 51 bis van Richtlijn 78/660/EEG en artikel 37 van Richtlijn 83/349/EEG bedoelde verslag dat is uitgebracht door de wettelijke auditor of het auditkantoor;
-
„bevoegde autoriteiten”: bij wet aangewezen instanties die belast zijn met de regelgeving betreffende en/of het toezicht op wettelijke auditors en auditkantoren of specifieke aspecten daarvan; de verwijzing naar de „bevoegde autoriteit” in een artikel is een verwijzing naar de autoriteit(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor de in dat artikel genoemde taken;
-
„internationale standaarden voor jaarrekeningen”: de International Accounting Standards (IAS), de International Financial Reporting Standards (IFRS) en de daarmee verband houdende interpretaties (SIC/IFRIC interpretations), wijzigingen van deze standaarden en interpretaties, toekomstige standaarden en daarmee verband houdende interpretaties die worden vastgesteld of goedgekeurd door de International Accounting Standards Board (IASB);
-
„organisaties van openbaar belang”:
-
onder het recht van een lidstaat vallende entiteiten waarvan de effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt van een lidstaat in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG;
-
kredietinstellingen in de zin van artikel 3, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad(1), en die geen kredietinstelling zijn als bedoeld in artikel 2 van die richtlijn;
-
verzekeringsondernemingen in de zin van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 91/674/EEG; of
-
door de lidstaten als organisaties van openbaar belang aangemerkte entiteiten, bijvoorbeeld ondernemingen die van groot algemeen belang zijn als gevolg van de aard van hun bedrijfsactiviteiten, hun omvang of de grootte van hun personeelsbestand;
-
-
„coöperatie”: een Europese coöperatieve vennootschap zoals omschreven in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (ECV)(2), of een andere coöperatie waarvoor het Gemeenschapsrecht een wettelijke controle van jaarrekeningen voorschrijft, zoals kredietinstellingen als omschreven in artikel 1, punt 1, van Richtlijn 2000/12/EG, en verzekeringsondernemingen in de zin van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 91/674/EEG;
-
„persoon die geen beroepsbeoefenaar is”: een natuurlijke persoon die gedurende zijn of haar betrokkenheid bij het beheer van het stelsel van publiek toezicht en gedurende ten minste de drie daaraan onmiddellijk voorafgaande jaren geen wettelijke controles van financiële overzichten heeft verricht, geen stemrechten in een auditkantoor heeft bezeten, geen lid is geweest van het administratieve, leidinggevende of bestuursorgaan van een auditkantoor en niet in dienst is geweest van of verbonden is geweest aan een auditkantoor;
-
„voornaamste vennoot/vennoten”:
-
de wettelijke auditor(s) die door een auditkantoor voor een bepaalde controleopdracht is/zijn aangewezen als hoofdverantwoordelijke(n) voor de uitvoering van de wettelijke controle van jaarrekeningen namens het auditkantoor; of
-
in het geval van een groepscontrole, ten minste de wettelijke auditor(s) die door een auditkantoor is/zijn aangewezen als hoofdverantwoordelijke(n) voor de uitvoering van de wettelijke controle van jaarrekeningen op groepsniveau en de wettelijke auditor(s) die is/zijn aangewezen als hoofdverantwoordelijke(n) op het niveau van materiële dochterondernemingen; of
-
de wettelijke auditor(s) die de controleverklaring ondertekent/ondertekenen;
-
-
“voornaamste duurzaamheidsvennoot-vennoten”:
-
de wettelijke auditor(s) die voor een bepaalde assuranceopdracht van duurzaamheidsrapportering door een auditkantoor is/zijn aangewezen als hoofdverantwoordelijke om de assurance van duurzaamheidsrapportering namens het auditkantoor uit te voeren, of
-
in het geval van de assurance van geconsolideerde duurzaamheidsrapportering, ten minste de wettelijke auditor(s) die door een auditkantoor is/zijn aangewezen als hoofdverantwoordelijke om de assurance van duurzaamheidsrapportering uit te voeren op het niveau van de groep en de wettelijke auditor(s) die is/zijn aangewezen als hoofdverantwoordelijke op het niveau van belangrijke dochterondernemingen, of
-
de wettelijke auditor(s) die de in artikel 28 bis bedoelde assuranceverklaring ondertekent/ondertekenen;
-
-
„middelgrote ondernemingen”: ondernemingen als bedoeld in artikel 1, lid 1, en artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad(3);
-
„kleine ondernemingen”: ondernemingen als bedoeld in artikel 1, lid 1, en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2013/34/EU;
-
„lidstaat van herkomst”: een lidstaat waar een wettelijke auditor of een auditkantoor overeenkomstig artikel 3, lid 1, is toegelaten;
-
„lidstaat van ontvangst”: een lidstaat waar een door zijn/haar lidstaat van herkomst toegelaten wettelijke auditor overeenkomstig artikel 14 ook wenst te worden toegelaten, of een lidstaat waar een door zijn/haar lidstaat van herkomst toegelaten auditkantoor overeenkomstig artikel 3 bis, wenst geregistreerd te worden of geregistreerd is;
-
“duurzaamheidsrapportering”: duurzaamheidsrapportering zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 18), van Richtlijn 2013/34/EU;
-
“assurance van duurzaamheidsrapportering”: de verrichting van procedures die leiden tot het oordeel van de wettelijke auditor of het auditkantoor overeenkomstig artikel 34, lid 1, tweede alinea, punt a bis), en artikel 34, lid 2, van Richtlijn 2013/34/EU;
-
“onafhankelijke verlener van assurancediensten”: een conformiteitsbeoordelingsinstantie die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad(4) geaccrediteerd is voor de in artikel 34, lid 1, tweede alinea, punt a bis), van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteit.
HOOFDSTUK II TOELATING, PERMANENTE SCHOLING EN WEDERZIJDSE ERKENNING
Artikel 3 Toelating van wettelijke auditors en auditkantoren
Een wettelijke controle van jaarrekeningen mag alleen worden uitgevoerd door wettelijke auditors en auditkantoren die zijn toegelaten door de lidstaat die deze controles eist.
Elke lidstaat wijst de bevoegde autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de toelating van de wettelijke auditors en auditkantoren.
Onverminderd artikel 11 mogen alleen natuurlijke personen die ten minste aan de in de artikelen 4 en 6 tot en met 10 gestelde voorwaarden voldoen, door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden toegelaten als wettelijke auditors.
Alleen entiteiten die aan de onder a) tot en met d) gestelde voorwaarden voldoen, mogen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden toegelaten als auditkantoren:
-
de natuurlijke personen die wettelijke controles van jaarrekeningen namens een kantoor uitvoeren, die ten minste voldoen aan de in de artikelen 4 en 6 tot en met 12 gestelde voorwaarden en toegelaten zijn in die lidstaat als wettelijke auditors;
-
een meerderheid van de stemrechten van de entiteit is in het bezit van auditkantoren die in een lidstaat zijn toegelaten, of van natuurlijke personen die ten minste voldoen aan de in de artikelen 4 en 6 tot en met 12 gestelde voorwaarden. De lidstaten kunnen bepalen dat dergelijke natuurlijke personen ook in een andere lidstaat moeten zijn toegelaten. Voor de wettelijke controle van coöperaties, spaarbanken en soortgelijke instellingen als bedoeld in artikel 45 van Richtlijn 86/635/EEG, of van een dochteronderneming of wettelijke opvolger van een coöperatie, een spaarbank of een soortgelijke instelling als bedoeld in artikel 45 van Richtlijn 86/635/EEG, kunnen de lidstaten andere specifieke bepalingen inzake de stemrechten vaststellen;
-
een meerderheid — van ten hoogste 75 % — van de leden van het leidinggevende of bestuursorgaan van de entiteit bestaat uit auditkantoren die in een lidstaat zijn toegelaten, of uit natuurlijke personen die ten minste voldoen aan de in de artikelen 4 en 6 tot en met 12 gestelde voorwaarden. De lidstaten kunnen bepalen dat dergelijke natuurlijke personen ook in een andere lidstaat moeten zijn toegelaten. Wanneer dit orgaan uit slechts twee leden bestaat, moet één van deze leden ten minste aan de in dit lid gestelde voorwaarden voldoen;
-
het kantoor voldoet aan de in artikel 4 gestelde voorwaarde.
De lidstaten mogen alleen bijkomende voorwaarden stellen in verband met het bepaalde onder c), die in verhouding staan tot het nagestreefde doel en niet verder gaan dan hetgeen strikt noodzakelijk is.