Home

Richtlijn van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (91/271/EEG)

Richtlijn van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (91/271/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S,

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europese Parlement(2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(3),

  1. Overwegende dat de Raad de Commissie in zijn resolutie van 28 juni 1988 betreffende de bescherming van de Noordzee en van andere wateren in de Gemeenschap(4) heeft verzocht voorstellen in te dienen voor maatregelen die op Gemeenschapsniveau zijn vereist voor de behandeling van gemeentelijk afvalwater;

  2. Overwegende dat verontreiniging ten gevolge van een ontoereikende zuivering van afvalwater in een Lid-Staat dikwijls van invloed is op de wateren van andere Lid-Staten dat daarom in overeenstemming met artikel 130 R optreden op het niveau van de Gemeenschap noodzakelijk is;

  3. Overwegende dat stedelijk afvalwater in het algemeen een secundaire zuivering dient te ondergaan om te voorkomen dat het milieu nadelig wordt beïnvloed door de lozing van ontoereikend gezuiverd stedelijk afvalwater;

  4. Overwegende dat het nodig is in kwetsbare gebieden een ingrijpender zuivering verplicht te stellen; dat in sommige minder kwetsbare gebieden evenwel een primaire zuivering toereikend kan worden geacht;

  5. Overwegende dat industrieel afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt alsmede de lozing van afvalwater en de afvoer van slib van stedelijke waterzuiveringsinstallaties aan algemene regels, voorschriften en/of bijzondere vergunningen dienen te worden onderworpen;

  6. Overwegende dat er passende eisen dienen te gelden voor lozingen van biologisch afbreekbaar industrieel afvalwater afkomstig van bepaalde bedrijfstakken, dat vóór de lozing in de ontvangende wateren niet in stedelijke waterzuiveringsinstallaties komt;

  7. Overwegende dat recycling van slib afkomstig van afvalwaterzuivering dient te worden aangemoedigd; dat de afvoer van slib naar oppervlaktewateren geleidelijk moet worden beëindigd;

  8. Overwegende dat het nodig is de zuiveringsinstallaties, de ontvangende wateren en de afvoer van slib te controleren om ervoor te zorgen dat het milieu wordt beschermd tegen de nadelige gevolgen van lozingen van afvalwater;

  9. Overwegende dat het van belang is ervoor te zorgen dat er in de vorm van periodieke rapporten informatie ter beschikking van het publiek wordt gesteld over de afvoer van stedelijk afvalwater en slib;

  10. Overwegende dat er door de Lid-Staten nationale programma's voor de uitvoering van deze richtlijn opgesteld en aan de Commissie voorgelegd moeten worden;

  11. Overwegende dat er een comité moet worden ingesteld om de Commissie bij te staan bij aangelegenheden die verband houden met de uitvoering van deze richtlijn en de aanpassing ervan aan de vooruitgang van de techniek,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze richtlijn betreft het opvangen, de behandeling en de lozing van stedelijk afvalwater alsmede de behandeling en de lozing van afvalwater van bepaalde bedrijfstakken.

Deze richtlijn heeft ten doel het milieu te beschermen tegen de nadelige gevolgen van lozingen van bovengenoemde soorten afvalwater.

Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

  1. stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of het mengsel van huishoudelijk afvalwater en industrieel afvalwater en/of afvloeiend hemelwater;

  2. huishoudelijk afvalwater: afvalwater van woongebieden en diensten, dat overwegend afkomstig is van de menselijke stofwisseling en van huishoudelijke werkzaamheden;

  3. industrieel afvalwater: al het afvalwater dat wordt geloosd vanaf terreinen die voor bedrijfsactiviteiten worden gebruikt en dat geen huishoudelijk afvalwater of afvloeiend hemelwater is;

  4. agglomeratie: een gebied waar de bevolking en/of de economische activiteiten voldoende geconcentreerd zijn om stedelijk afvalwater op te vangen en naar een stedelijke waterzuiveringsinstallatie of een definitieve lozingsplaats af te voeren;

  5. opvangsysteem: een systeem van leidingen waardoor stedelijk afvalwater wordt opgevangen en afgevoerd;

  6. 1 i.e. (inwonerequivalent): de biologisch afbreekbare organische belasting met een biochemisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag;

  7. primaire behandeling: behandeling van stedelijk afvalwater door middel van een fysisch en/of chemisch proces van bezinking van gesuspendeerde stoffen, of andere processen waarbij het BZV5 van het inkomende afvalwater vóór de lozing met ten minste 20 % wordt verminderd en de totale hoeveelheid gesuspendeerde stoffen in het inkomende afvalwater met ten minste 50 % wordt verminderd;

  8. secundaire behandeling: behandeling van stedelijk afvalwater door middel van een proces waarbij in het algemeen biologische behandeling met secundaire bezinking plaatsvindt of een ander proces dat het mogelijk maakt de in tabel 1 van bijlage I vermelde eisen in acht te nemen;

  9. toereikende behandeling: behandeling van stedelijk afvalwater door middel van een proces en/of afvoersysteem waardoor de ontvangende wateren na de lozing aan de relevante kwaliteitsdoelstellingen en aan de relevante bepalingen van deze en andere communautaire richtlijnen voldoen;

  10. slib: uit stedelijke waterzuiveringsinstallaties afkomstig behandeld of onbehandeld restslib;

  11. eutrofiëring: een verrijking van het water door nutriënten, vooral stikstof- en/of fosforverbindingen, die leidt tot een versnelde groei van algen en hogere plantaardige levensvormen met als gevolg een ongewenste verstoring van het evenwicht tussen de verschillende in het water aanwezige organismen en een verslechtering van de waterkwaliteit;

  12. estuarium: het overgangsgebied aan de monding van een rivier tussen zoet water en kustwateren. Voor de toepassing van deze richtlijn bepalen de Lid-Staten in het kader van het, uitvoeringsprogramma overeenkomstig artikel 17, leden 1 en 2, de buitengrenzen (zeewaarts) van de estuaria;

  13. kustwateren: de wateren buiten de laagwaterlijn of de grens van het estuarium aan de zeezijde.

Artikel 3

1.

De Lid-Staten zorgen ervoor dat alle agglomeraties voorzien zijn van een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater,

  • uiterlijk op 31 december 2000 voor agglomeraties met meer dan 15 000 inwonerequivalenten (i.e.), en

  • uiterlijk op 31 december 2005 voor agglomeraties met 2 000 tot 15 000 i.e.

Voor stedelijk afvalwater dat wordt geloosd in ontvangende wateren die worden beschouwd als „kwetsbare gebieden” in de zin van artikel 5 zorgen de Lid-Staten ervoor dat er voor agglomeraties met meer dan 10 000 i.e. uiterlijk op 31 december 1998 opvangsystemen aanwezig zijn.

Wanneer de aanleg van een opvangsysteem niet gerechtvaardigd is omdat het vanuit milieu-oogpunt geen voordeel zou opleveren of buitensporig duur zou zijn, moet gebruik worden gemaakt van afzonderlijke systemen of andere passende systemen waarmee dezelfde graad van milieubescherming wordt bereikt.

1

bis. In afwijking van de eerste en tweede alinea van lid 1 zorgt Frankrijk ervoor dat alle agglomeraties in Mayotte als ultraperifeer gebied in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „Mayotte”) beschikken over een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater:

  • uiterlijk op 31 december 2020 voor agglomeraties met meer dan 10 000 i.e., hetgeen ten minste 70% van de in Mayotte gegenereerde belasting zal dekken;

  • uiterlijk op 31 december 2027 voor alle agglomeraties met meer dan 2 000 i.e.

2.

De in lid 1 genoemde opvangsystemen moeten voldoen aan de eisen van afdeling A van bijlage I. De Commissie kan deze eisen wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 4

1.

De Lid-Staten zorgen ervoor dat stedelijk afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt vóór lozing als volgt aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen:

  • lozingen van agglomeraties met meer dan 15 000 i.e. uiterlijk op 31 december 2000;

  • lozingen van agglomeraties met 10 000 tot 15 000 i.e. uiterlijk op 31 december 2005;

  • lozingen van agglomeraties met 2 000 tot 10 000 i.e. in zoet water en estuaria uiterlijk op 31 december 2005.

1

bis. In afwijking van lid 1 zorgt Frankrijk ervoor dat stedelijk afvalwater in Mayotte dat in opvangsystemen terechtkomt vóór lozing aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen:

  • uiterlijk op 31 december 2020 voor agglomeraties met meer dan 15 000 i.e., hetgeen, samen met de in artikel 5, lid 2 bis, bedoelde agglomeraties, ten minste 70 % van de in Mayotte gegenereerde belasting zal dekken;

  • uiterlijk op 31 december 2027 voor alle agglomeraties met meer dan 2 000 i.e.

2.

Lozingen van stedelijk afvalwater in wateren die gelegen zijn in hoge bergstreken (meer dan 1 500 m boven zeeniveau) waar een doeltreffende biologische behandeling wegens de lage temperaturen moeilijk uitvoerbaar is, kunnen aan een minder vergaande behandeling worden onderworpen dan in lid 1 wordt voorgeschreven, mits uit grondig onderzoek is gebleken dat dergelijke lozingen geen nadelige invloed op het milieu hebben.

3.

Lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties als bedoeld in de leden 1 en 2 dienen te voldoen aan de toepasselijke eisen van afdeling B van bijlage I. De Commissie kan deze eisen wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

4.

De belasting, uitgedrukt in i.e. wordt berekend op basis van de maximale gemiddelde wekelijkse belasting van de zuiveringsinstallatie in de loop van het jaar, afgezien van ongebruikelijke situaties, bij voorbeeld als gevolg van zware regenval.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

BIJLAGE IAAN STEDELIJK AFVALWATER GESTELDE EISEN

BIJLAGE IICRITERIA VOOR DE AANWIJZING VAN KWETSBARE EN MINDER KWETSBARE GEBIEDEN

BIJLAGE IIIBEDRIJFSTAKKEN